
|
Marina van der Wal & Wouter Tromp Beverwijkerstraatweg 12 1901 NJ Castricum 0251 67 67 99 (na 18.00 uur)
06 250 052 23
|
|
Ucksøn’s |
|
column |
|
Maandelijks verschijnt in de nieuwsbrief van Kynotrain een column van de hand van Marina.
Maandelijks krijg je een kijkje in de keuken van ons hondengezin; de combinatie van (aan huis) werken, opvoeden van hond en pubers brengt natuurlijk de nodige wederwaardigheden met zich mee. Bloopers, overwinningen, ontdekkingen, het opgroeien van onze pups … |
|
Kleinschalige boxerkennel |
|
oktober 2008
Een mailtje van Kynotrain: het thema van de volgende nieuwsbrief gaat ‘de oudere hond worden’. Of ik in staat ben om van mijn roze puppenwolk te komen en met mijn column aan te sluiten op het thema. En dat op het moment, als ik een start maak met het schrijven van deze column, onze pup Canlyn hard haar best doet om papier uit de printer te peuteren en haar moeder Momo qua leeftijd ook niet als ‘oudere hond’ in een column op te voeren is.
Toch, het idee spreekt me wel aan; juist in de tijd dat je vertederd wordt door alles wat bij een pup en de puppenperiode hoort, is het goed om ook stil te staan bij de toekomst. Want, kleine pupjes worden groot. Gelukkig maar, denk ik daar dan snel achteraan; ik hou eerlijk gezegd meer van oudere honden. Je wordt niet beperkt in je handel en wandel door het feit dat een klein pupje nog niet volledig belastbaar is. Een column over mijn persoonlijke ervaring met de oudere hond …
We schrijven 1974 of daaromtrent. Totaal onverantwoord, zouden we tegenwoordig zeggen: een hond, gekocht in een dierenwinkel, voor een 10-jarige. Een aantal maanden daarvoor was ik druk in de weer geweest om te bewijzen dat ik heus wel voor een hond kon zorgen en liet mijn teddybeer minimaal twee keer per dag uit. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest: een kind dat door weer en wind een teddybeer uitlaat aan een rood riempje. De hond kwam er: Bobbie. Het zieligste hondje wat er op dat moment in Den Haag en wijde omstreken te vinden was. De start van mijn hondenliefde, met grote dank aan mijn oom P. Hoe oud Bobbie was, dat hebben we nooit echt geweten. Wat we wel wisten was dat hij oud geboren was; nooit hebben we hem, in de ruim 8 jaar dat hij bij ons woonde, kunnen betrappen op spelen met een balletje of ander fleurig gedrag.
Waar ik was, daar was Bobbie; ’s ochtends liep hij een eind mee naar school. Soms zelfs helemaal tot aan het schoolhek en ging hij na verloop van tijd alleen weer naar huis. ’s Middags na schooltijd hing Bobbie er tijdens het buitenspelen altijd een beetje bij; soms met een eigen rol als baby of wolf. En dat laatste dan vooral als slapende variant.
Tijdens de puber-jaren bleek Bobbie een gewillig luisterend oor en veel pubertranen heb ik in zijn vacht gehuild. Soms zeg ik wel eens gekscherend: mijn pubertijd heb ik in de hondenmand doorgebracht. Het was een veilige plek, bij Bobbie. Onze oude hond. In deze zelfde tijd werd Bobbie een prachtige smoes: tijdens het uitlaten stiekem die vreselijk leuke jongen nog een keer zien …
Wij werden ouder, maar ook Bobbie’s dagen gingen tellen; de eerste keer dat we dachten dat hij gehoorproblemen had, hoopten we heel optimistisch dat wekelijks schoonmaken van die oren het euvel zou verhelpen. Bobbie roepen werd binnen heel korte tijd ‘Bobbie stampen’; hij had al snel door dat een bepaald ritme trillingen betekende dat hij geroepen werd. Binnen werkte dat, buiten minder. Zijn vrijheid werd beknot en hij ging aan de lijn. Bobbie werd minder zindelijk en meer hulpbehoevend. Vreemd werd het pas echt toen hij onze benen voor bomen en paaltjes aan ging zien en tijdens de korte wandelingen zijn poot zo af en toe aan de verkeerde kant op hief.
Ondanks het feit dat we ons zijn gaan aanpassen aan zijn leeftijd, heeft Bobbie in mijn herinneringen altijd dezelfde leeftijd gehouden. Niet oud, niet jong. Volledig ingekleurd door alle mooie herinneringen die er zijn. Dit laatste realiseerde ik me vorige week: vrienden met een oudere hond vertelden over het ouder worden; het grijs worden, de doofheid, het regelmatig een beetje in de war zijn. Al die ouderdomskwalen die werden benoemd, werden als het ware ingebed in de herinneringen die in zijn jongere jaren waren opgebouwd. Het er elke nacht uitmoeten, omdat hij zijn ontlasting geen hele nacht op kan houden, werd als feit gemeld. Niet als probleem. Wat overblijft is het beeld van een leeftijdloze, geliefde huisgenoot; geen pup, geen typisch jonge en geen typisch oude hond. Precies de jaren er tussen in.
Zou het kunnen zijn dat de verzorgende perioden, de puppen- en de echte ouderdomstijd, veel minder invloed op ons hebben dan die lange, lange tijd dat een hond ‘senior’ is? De tijd waarin we met elkaar onze geschiedenis maken met alle mooie momenten? Terwijl ik dit schrijf neem ik me voor om meer foto’s te gaan maken van de tijd ná de puppenperiode. Ik ga de periode waarin we onze geschiedenis met elkaar maken, frequenter vastleggen.
|