|
Start |
|
Over de boxer |
|
Onze honden |
|
Laatste nieuws |
|
Waar kunt u ons vinden |

|
Raskenmerken |
|
Het hoofd geeft de boxer zijn karakteristieke uiterlijk. het moet in goede verhouding zijn tot het lichaam en niet te licht of te zwaar tonen. De snuit moet breed en krachtig zijn. De schoonheid van het hoofd van de boxer berust op de harmonische maatverhouding tussen snuiten schedel. Vanuit welke hoek het hoofd ook wordt bekeken, van voor, van boven of van opzij, de snuit moet altijd in verhouding zijn tot de schedel en moet niet te klein lijken. Hef hoofd moet ‘droog’ zijn, zonder plooien, hoewel natuurlijk rimpels gevormd kunnen worden als de hond alert is. Van de neuswortel lopen de rimpels altijd aan twee kanten naar beneden. Het donkere masker is beperkt tot de snuit en moet in scherp contrast staan tot de kleur van het hoofd zodat het gezicht niet somber of donker toon. |
|
De schedel moet zo droog en hoekig mogelijk zijn. Het is licht gebogen, noch rond, noch plat, maar mag ook niet te breed zijn. De Achterhoofdsknobbel is niet te duidelijk. De rimpel in het voorhoofd is slechts vaag aanwezig en mag niet te diep zijn, zeker niet tussen de ogen. Het voorhoofd vormt een duidelijk stop naar de neusbrug, deze moet scherp afgetekend zijn. De neusbrug moet niet, zoals bij de bulldog, naar achter gedrukt zijn in het voorhoofd en mag ook niet neerwaarts zijn gericht. |
|
De beide kaken eindigen aan de voorzijde niet in een loodrecht vlak, maar het ondergebit steekt vooruit en buigt zich licht omhoog. De boxer heeft een ondervoorbeet. De bovenkaak is breed bij de schedel en verloopt ook breed naar voren, daarbij nauwelijks smaller wordend. Beide kaken zijn dus van voren zeer breed. De hoektanden staan zover mogelijk van elkaar verwijderd, de snijtanden in een rij, in de bovenkaak in een naar voren gebogen lijn, in het ondergebit in een zo veel mogelijk rechte lijn. Het gebit moet krachtig en gezond zijn en de tanden moeten zo regelmatig mogelijk geplaatst zijn. De lippen voltooien het uiterlijk van de snuit. |
|
● De kaken |
|
● De boven- schedel |
|
De oren zijn hoog aangezet moeten qua grootte in harmonie met het hoofd zijn, liever klein dan te groot, moeten dun aanvoelen en wijd van elkaar staan. In rust liggen zij vanaf de bovenschedel vlak tegen de wangen aan. Wanneer de hond attent is moeten de oren in een duidelijke vouw naar voren vallen. |
|
● De oren |
|
● De lippen |
|
De bovenlip is dik en vlezig en vult de ruimte op die ontstaat door de voor de bovenkaak uitstekende onderkaak, waarbij deze door de hoektanden van de onderkaak wordt gedragen. Daardoor ontstaat het voorste vlak, de spiegel, van de snuit. Dit moet zo groot mogelijk zijn, bijna vierkant en een stompe hoek vormen met de neusrug. Het onderste gedeelte van de bovenlip steunt op de rand van de onderlip. Het opwaarts gekromde deel van de onderkaak samen met de onderlip, dat wij de kin noemen, mag niet te ver voor de bovenlip uitsteken, maar zeker niet achter de bovenlip verdwijnen. De onderlip moet, zonder buldogachtig naar voren te steken en gekromd te zijn, zowel van voren als van opzij goed gemarkeerd zijn. De tanden van de onderkaak mogen, bij gesloten mond, niet zichtbaar zijn; evenmin mag de Boxer dan zijn tong tonen. |
|
Het zo donker mogelijke oog mag noch te klein zijn, noch uitpuilen of te diep liggen. Het drukt energie en intelligentie uit en mag nimmer een sombere, dreigende en nog veel minder een grimmige indruk maken. Het derde ooglid moet donker omrand zijn. |
|
Marina van der Wal & Wouter Tromp Beverwijkerstraatweg 12 1901 NJ Castricum 0251 67 67 99 (na 18.00 uur)
06 250 052 23
|
|
het hoofd |
|
● De ogen |